De onderkant
van een auto bestaat uit losse delen.
Hier wordt de voorkant van een busje in elkaar gezet.
De voorkant bestaat uit de ophanging voor de radiator, twee zijbalken,
en vooraan twee beugels waar de bumper in komt.
De voorkant wordt op de geautomatiseerde lopende band gezet. Dat is
dat. Intussen lassen robots het zogenaamde 'ladderchassis' in elkaar.
Op dit chassis rusten de bodem en de zijkanten van de auto. Op het
ladderchassis zitten ook de bevestigings-punten voor de stoelen.
Dan lassen de robots de voorkant en het ladderchassis aan elkaar.
Andere robots maken de zijplaat voor de passagierskant. De plaat is
uit één stuk staal gemaakt. De plaat is gegalvaniseerd,
hij heeft een speciale laag tegen het roesten. De robots lassen stukken
op de plaat.
Daarop worden later de interieurdelen vastgemaakt.
Een machine tilt de zijplaat op en brengt hem naar het volgende station.
Ook de plaat voor de andere kant wordt daarheen gebracht.
Robots hebben daar al een onderstel met een vloerplaat neergezet.
Nu worden de zijplaten aan het onderstel gelast.
Aan die zijplaten lassen ze de binnenschermen, waar de wielen in komen.
En tenslotte wordt het dak erop gelast.
In een ander deel van de werkplaats worden de achter-klep, de motorkap
en de portieren gemonteerd.
Dan worden de kieren rondom de motorkap gecontroleerd. Ook wordt gekeken
of er geen deukjes in de carrosserie zitten.
De motoren komen kant-en-klaar bij de werkplaats. Ze hoeven eigenlijk
alleen nog in de auto's te worden geplaatst.
Het busje gaat intussen naar de spuiterij, en dan naar de snijwerkplaats.
Hier worden het glas, de handvatten en de interieurdelen aangebracht.
Op de chassis-afdeling worden de motor, de transmissie oftewel de
versnelling, de achterophanging voor de wielen en de remschijven geïnstalleerd.
Dit stuk van de lopende band heeft twee verdiepingen. De carrosserie
komt langs op de bovenste verdieping. Het onderstel op de onderste.
De machines hebben lange pennen. In het onderstel zitten gaten, waar
de pennen precies inpassen. Zo kunnen de onderdelen heel precies op
hun plaats worden gezet.
De benzinetank wordt met de hand vastgemaakt.De stoelen worden kant-en-klaar
aangeleverd door een andere een fabriek. Ze kunnen heel makkelijk
in de bevestigingspunten worden geklikt. Die waren al eerder op het
ladderchassis gemaakt.
Om de velgen gaan banden. Die worden opgepompt en uitgebalanceerd.
Arbeiders monteren nu de wielen. Ze draaien de schroeven eerst met
de hand aan, en dan met een machine.
Nu loopt de auto van de band af, en staat voor het eerst met zijn
volle gewicht op zijn wielen.
Een technicus start de motor. Het busje wordt getest voordat het weg
mag.
De fabriek heeft er 24 uur over gedaan om deze auto te maken. Hij
kan nu snel op weg naar een dealer.
bron:
schoolTV beeldbank