Inleiding

Sinds 2007 wonen er meer mensen in de steden dan op het platteland. Vooral de groei van de steden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika verloopt razend snel.
Daar groeien de steden omdat de mensen om verschillende redenen wegtrekken van het platteland.
(PUSHFACTOR = redenen waarom mensen een gebied verlaten)
Ze trekken naar de steden omdat ze deneken dat ze daar een beter bestaan kunnen opbouwen.
(PULLFACTOR = redenen waarom mensen naar een gebied toegaan om er te wonen)

Bekijk eerst de videoclip


"verstedelijking: de feiten"

Deze videoclip gaat over de
wereldwijde verstedelijking .
Probeer de push- en de pullfactoren
in deze videoclip te herkennen.

 

 

 

 

 

 

 

 

In dit hoofdstuk wordt er van uitgegaan dat je de onderstaande begrippen uit de brugklas kent.
Deze lijst komt overeen met opdracht 2, bladzijde 5 van werkboek B.

 

Allochtoon
Hij of minstens één van zijn ouders is niet in Nederland geboren.
Immigrant
Buitenlander die naar Nederland is verhuisd.
Regionale ongelijkheid
Verschil in welvaart en welzijn tussen gebieden in een land.
MNO = multinationale onderneming
Groot bedrijf met vestigingen in verscheidene landen.
Globalisering
Proces waarbij steeds meer gebieden op aarde met elkaar verbonden worden.
Periferie
Hier vind je de arme landen van de wereld.
Semi-periferie
Deze groep van landen heeft zich de laatste jaren goed ontwikkeld.
Infrastructuur
Alle voorzieningen die nodig zijn om verkeer mogelijk te maken.
EU
Europese Unie: Landen in Europa die steeds meer een economisch eenheid worden.
Centrumlanden
Deze landen horen tot de groep van rijkste landen ter wereld.
Kolonie
Overzees gebiedsdeel, waar een Europees land de dienst uitmaakte.
Vestigingsplaatsfactor.
Met dit begrip kun je verklaren waarom bedrijven op een bepaalde plaats liggen.