Paragraaf 1 Kaartvaardigheden

Plaatsbepaling

De aarde is een bol die in 24 uur om z’n as draait. Deze aardas levert ons twee vaste punten op aarde, namelijk de Noordpool en de Zuidpool.

De lijnen die van de Noorpool naar de Zuidpool lopen noemen we lengtecirkels of meridianen.
Omdat de lengtecirkels van de Noord- naar de Zuidpool lopen zijn ze allemaal even lang.
De belangrijkste lengtecirkel is de meridiaan van Greenwich. Deze verdeelt de aarde in een westelijk halfrond (WH)en een oosterlijk halfrond (OH)

De lijnen die van links naar recht lopen, noemen we de breedtecirkels of parallellen.
De Evenaar loopt precies halverwege tussen de Noordpool en de Zuidpool. De Evenaar verdeelt de wereldbol in een noordelijk halfrond (NH) en een zuidelijk halfrond (ZH)
Breedtecirkels zijn niet allemaal even lang. De langste, de Evenaar heeft een lengte van precies 40.000 km.

Om de ligging van een plaats te kunnen bepalen, moeten we weten op welke breedte en op welke lengte een plaats ligt.
De afstand van een plaats tot de Evenaar, noemen we breedte.
De afstand van een plaats tot de de meridiaan van Greenwich, noemen we lengte.
Noorder- en Zuiderbreedte lopen door tot 90°. Wester- en Ooosterlengte lopen door tot 180°.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 


 



De wereld is een bol. De evenaar (blauw op de tekening) is een cirkel. Een cirkel bestaat uit 360°. De nulmeridiaan, die je hier roodgetekend ziet, loopt over Greenwich. Op de plaats waar de nulmeridiaan de evenaar kruist tellen we 180 meridianen (graden) naar het oosten af. Dat zie je op de afbeelding. Om de 10 meridianen is er één getekend. Aan de andere kant van de aarde tellen we 180 meridianen naar het westen (daar ligt Amerika).

Eén graad is bij de evenaar 60 nautical mijl lang. Een nautical mijl is 1,852 km, dus dat is 111 km.

Parallel aan de evenaar lopen de breedtecirkels of parallellen. We tellen van de evenaar naar het noorden 90 breedtecirkels en ook weer 90 naar het zuiden. De noordpool en de zuidpool zijn stippen. Er zijn dus 2 x 89 parallellen.

Het systeem van meridianen en parallellen maakt het mogelijk om elke plaats op aarde nauwkeurig te bepalen. We doen dit door de breedte en de lengte van een punt te noemen. Ligt het punt ten noorden van de evenaar dan noemen we dat noorderbreedte. Ligt het ten oosten van Greenwich dan noemen we dat oosterlengte. Op het kaartje hieronder zie je dat Drachten ongeveer ligt op: 53° noorderbreedte en 6° oosterlengte. De breedte en de lengte van een punt noemen we de coördinaten.


Op het kaartje zie je dat Drachten iets hoger ligt dan 53°N en iets oostelijker ligt dan 6°E (East). Volgens de AIP-gids ligt vliegveld Drachten op: 53° 07’09’’N en 006°07’47’’E. We noemen altijd eerst de breedte en dan de lengte.

Om een nauwkeurige plaatsbepaling te maken verdelen we de graden in minuten en de minuten in seconden. De coördinaten van Drachten zijn dus:

53° 07’09’’N en 006°07’47’’E

Het teken voor graden is: °, voor minuten: ‘ en voor seconden: ‘’ . Op de kaart zie je dat je tussen 53° en 54° de minuten kunt tellen. Je kunt voor Drachten 7 minuten naar boven tellen. De seconden kun je niet meer tellen. Ook kun je tussen 6°E en 7°E de minuten tellen. Opnieuw tel je 7

Bepaal nu zelf eens de coördinaten van vliegveld Leeuwarden of van een paar andere plaatsen die je op de ICAO-kaart ziet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Paragraaf 1 Hulpvaardigheden

 


Klimaatgrafiek