Klimaatgrafieken

Aan de klimaatgrafiek kan je een klimaat herkennen
De warme klimaten
Deze klimaten vind je op lage breedte.
Vanaf de evenaar neemt de neerslag in de richting van de hogere breedten af.
Bovendien neemt het verschil tussen de waarmste en de koudste maand toe.

In de tropische streken vind je vier klimaten.

Tropisch regenwoudklimaat
Rond de evenaar vind je een warm en vochtig klimaat met weinig schommeling in de temperatuur. Het hele jaar door valt er neerslag . De begroeiing is uitbundig.

Savanneklimaat
Verder van de evenaar vind je het savanneklimaat dat gekenmerkt wordt door een droge en een regenperiode. Dit is het gebeid van de grote kuddes, zoals je ze vaak op natuurfilms ziet.

Steppeklimaat
Neemt de jaarlijkse neerslag verder af, dan spreken van een steppeklimaat. Hier is het te droog voor bomengroei. De begroeiing bestaat vooral uit taai gras.

Woestijnklimaat
Nog verder weg van de evenaar vinden we de woestijnen. De neerslag is daar zo gering, dat je er weinig of geen plantengroei zult vinden.

Tropisch regenwoudklimaat

Neerslag: hele jaar door
Temperatuur: hele jaar boven de 18°C.
Uitbundige plantengroei

 

 

Savanneklimaat

- Neerslag: droog met een regenperiode
- Temperatuur: hele jaar boven de 18° C.
- Parkachtige begroeiing

Steppeklimaat

- Neerslag: droog, met kleine regenpriode
- Temperatuur: hele jaar boven de 18° C.
- Te droog voor bomen, gras overheerst

Woestijnklimaat

- Neerslag: weinig neerslag
- Temperatuur: niet altijd boven de 18° C.
- Te droog voor de meeste begroeiing

De klimaten tussen de warme en de koude klimaten in
Deze klimaten vind je op de gematigde breedten.
Er is een duidelijk verschil tussen de zomer en de winter te herkennen bij deze klimaten.
Bovendien neemt het verschil tussen de waarmste en de koudste maand toe.
In de gematigde streken vind je drie klimaten.
- Het Middellandse Zeeklimaat met zijn warme droge zomers en de meeste neerslag in de winter.
- Het gematigde zeeklimaat, de invloed van de zee is groot; koele zomers en zachte winters en neerslag het hele jaar door.
- Het landklimaat, de matigende invloed van de zee is er niet; de zomers zijn warmer en de winters strenger dan in een zeeklimaat.

Middellandse Zeeklimaat

- Neerslag: vooral in de winter
- Warme zomers, zachte winters
- Typische mediterrane vegetatie

Gematigd Zeeklimaat

- Neerslag: hele jaar
- Koele zomers, zachte winters
- Loofbomen overheersen van nature

Landklimaat

- Neerslag: hele jaar, vooral in de zomer
- Warme zomers, strenge winters
- Naalbomen overhersen van nature

De koude klimaten
Deze klimaten vind je op hoge breedten.
Er is een duidelijk een groot verschil tussen de zomer- en de wintertemperatuur.
Het poolklimaat kent weinig neerslag. Toch vind je in de poolgebieden veel sneeuw en ijs. Door de lage temperaturen blijft sneeuw en ijs liggen en is de verdamping klein.

In de koude streken vind je twee klimaten.
- Het Toendraklimaat met zijn korte zomers, en lange strenge winters.
- Het Poolklimaat, een klimaat dat zo koud is dat er niets of nauwelijks wat groeien kan.

Toendraklimaat

- Neerslag: hele jaar
- Temperatuur:zomers, maximaal 10° C.
- Klimaat is te koud voor bomen

Poolklimaat

- Neerslag: weinig neerslag
- Temperatuur: nauwelijks boven de 0° C.
-Te koud voor begroeiing

Het toendraklimaat is te koud voor bomen, je vindt alleen een lage begroeiing van mossen en struikjes.
Het poolklimaat is te koud voor begroeiing.